ECLI:NL:HR:2025:1894

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
24/04007
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:248 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement en verwerpt cassatie

In deze zaak staat de bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement centraal, waarbij de bestuurders cassatie hebben ingesteld tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 30 juli 2024. De bestuurders voerden aan dat het hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd voor hun aansprakelijkheid.

De Hoge Raad verwijst voor het gedingverloop naar eerdere vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland en het hof Arnhem-Leeuwarden. Zowel de curator als het zorgkantoor hebben verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de bestuurders schriftelijk hebben gereageerd.

De Hoge Raad heeft de klachten van de bestuurders beoordeeld maar acht deze onvoldoende om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de bestuurders tot betaling van proceskosten aan zowel de curator als het zorgkantoor.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de bestuurders wordt verworpen en hun aansprakelijkheid bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/04007
Datum12 december 2025
ARREST
In de zaak van
1. ROEBIA ZORG DIENST VERLENING B.V.,
gevestigd te Almere,
2. [bestuurder 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [bestuurder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [bestuurder 4] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
5. [bestuurder 5],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: de bestuurders,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
Mark-Hendrik DE VRIES q.q.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
In de vrijwaring:
ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR N.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
hierna: het zorgkantoor,
advocaat: M.S. van der Keur.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaken C/16/514164 / HL ZA 20-363 en C/16/525086 / HL ZA 21-208 / HvW/5452 van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2021 en 14 december 2022, hersteld bij vonnis van 11 januari 2023;
b. de arresten in de zaak 200.329.718/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 maart 2024 en 30 juli 2024.
De bestuurders hebben tegen het arrest van het hof van 30 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld.
De curator en het zorgkantoor hebben ieder afzonderlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de bestuurders heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de bestuurders in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan, en aan de zijde van het zorgkantoor begroot op 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
12 december 2025.