Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
De verboden die betrekking hebben op het als trustkantoor met zetel buiten Nederland verrichten van trustdiensten gericht op Nederland zonder vergunning van DNB beogen de integriteit van de financiële markten te bevorderen en witwassen te voorkomen. De met deze verboden corresponderende vergunningsplicht strekt onder meer ertoe eisen te kunnen stellen aan en toezicht te kunnen houden op de betrouwbaarheid en deskundigheid van de personen die zijn betrokken bij het trustkantoor en de met het oog op een integere bedrijfsvoering van trustkantoren te verlangen vastlegging van informatie over hun klanten, welke informatie desgewenst aan de toezichthouder beschikbaar moet worden gesteld.
Met de regeling van artikel 2 lid 5 en Pro 2a Wtt (oud) kunnen uitzonderingen worden gemaakt op het verbod om zonder vergunning werkzaamheden te verrichten gericht op het verlenen van trustdiensten, voor situaties waarin integriteitsrisico’s zich niet of nauwelijks voordoen of waarin al op andere wijze in vergelijkbaar integriteitstoezicht is voorzien.
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
16 december 2025.