Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van diverse strafbare feiten, waaronder deelname aan een criminele organisatie en handel in vuurwapens en munitie. De verdachte stelde beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Echter, de verdachte heeft geen schriftelijke cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn, zoals vereist volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor wordt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 oktober 2023 in stand gelaten.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 9 december 2025. De niet-ontvankelijkverklaring betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op de zaak heeft beslist.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van cassatiemiddelen.