Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
9 december 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor gevaarlijk rijgedrag en het weigeren van medewerking aan een ademonderzoek. Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte en behandeld door de Hoge Raad.
Een belangrijk punt in cassatie was dat uit de stukken niet bleek dat het hof zijn beslissing in het openbaar had uitgesproken, zoals vereist volgens artikel 362 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering. De Hoge Raad oordeelde dat dit niet was gebeurd en sprak daarom zelf de beslissing van het hof in het openbaar uit, overeenkomstig eerdere jurisprudentie.
Daarnaast beoordeelde de Hoge Raad andere klachten van het cassatieberoep, maar vond deze niet voldoende voor vernietiging van het hofarrest. Ook werd ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar zonder verdere rechtsgevolgen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof. De uitspraak vond plaats op 9 december 2025.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest.