Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1828

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
3 december 2025
Zaaknummer
23/02798
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 312.2.2 SrArt. 317.3 SrArt. 282.1 SrArt. 157.2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf na overval met geweld en brandstichting in Amsterdam

In deze zaak stond de verdachte terecht voor een gewelddadige overval in 2016 in Amsterdam waarbij luxegoederen werden buitgemaakt. De verdachte was bestuurder van een bestelbus waarmee hij samen met medeverdachten naar een afgelegen plek reed. Tijdens de overval werd de bijrijder bedreigd, van zijn vrijheid beroofd en onder dwang zijn mobiele telefoon afgenomen. Vervolgens werd de bestelbus leeggehaald en in brand gestoken terwijl de verdachte en de bijrijder nog in de bus zaten.

Het hof had de verdachte veroordeeld voor medeplegen van diefstal met geweld, afpersing, wederrechtelijke vrijheidsberoving, brandstichting en vernieling. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, met name gericht op de bewijsklachten en de beoordeling van het te duchten levensgevaar bij brandstichting.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het hof terecht had geoordeeld over het levensgevaar. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf van 70 maanden werd verminderd tot 67 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 70 naar 67 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, beroep verder verworpen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/02798
Datum9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 juli 2023, nummer 23-001020-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 70 maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 67 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 december 2025.