Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
25 november 2025.
Hoge Raad
In deze zaak werd de gemeente Zoetermeer vervolgd wegens het toestaan en niet optreden tegen overschrijdingen van uitstootnormen van ethyleenoxide door een bedrijf binnen haar jurisdictie. Het hof had het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard vanwege strafrechtelijke immuniteit van de gemeente, een oordeel dat de Hoge Raad bevestigt.
De Hoge Raad overweegt dat gedragingen die niet anders dan door bestuursfunctionarissen kunnen worden verricht, zoals het gedogen van milieuschendingen, immuniteit toekomen. Hoewel artikel 2 EVRM Pro het recht op leven beschermt en positieve verplichtingen oplegt aan staten, leidt dit niet automatisch tot doorbreking van strafrechtelijke immuniteit van publiekrechtelijke rechtspersonen zoals gemeenten.
Het hof stelde vast dat er onvoldoende bewijs was voor een concreet en onmiddellijk levensbedreigend risico door de emissies, waardoor strafrechtelijke vervolging niet noodzakelijk is. De Hoge Raad benadrukt dat het aan de wetgever is om te beoordelen of strafrechtelijke aansprakelijkheid van publiekrechtelijke rechtspersonen moet worden verruimd. Het beroep van het Openbaar Ministerie wordt verworpen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens strafrechtelijke immuniteit van de gemeente Zoetermeer.