Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over de aanslagen afvalstoffenheffing en rioolheffing voor de jaren 2019 en 2020. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 10 april 2024 uitspraak gedaan in deze zaak.
Vervolgens heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Feteris, Boerlage en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2025.