Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
18 november 2025.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 10 maart 2025, waarin een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 jo. 552a Sv werd behandeld. Het klaagschrift betrof een beslag op een horloge onder de zoon van klager, uitgevoerd naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld, waarbij onder meer is gekeken naar de ontvankelijkheid van het klaagschrift, de vraag of de rechtbank verzuimd heeft klager als belanghebbende een kennisgeving van beklagmogelijkheid toe te zenden, en de toerekenbaarheid van de overschrijding van de 14-dagentermijn voor het indienen van het klaagschrift gezien de mentale en fysieke gevolgen van een auto-ongeluk voor klager.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Tevens is overwogen dat het niet nodig is om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep wordt derhalve verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank blijft in stand.