Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
14 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte, die werd veroordeeld voor medeplegen van voorbereiding van wederrechtelijke vrijheidsberoving en deelneming aan een criminele organisatie, heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld. De verdachte was in voorlopige hechtenis en stelde een cassatiemiddel in tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 december 2023.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de duur van de gevangenisstraf, met vermindering daarvan volgens de gebruikelijke maatstaf. De Hoge Raad oordeelde dat de overige klachten niet tot vernietiging konden leiden en hoefde deze niet nader te motiveren, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met zes maanden, waardoor de straf werd teruggebracht tot vijf jaren en negen maanden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafduur, verminderde de straf en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd uitgesproken op 14 oktober 2025 door de vice-president Borgers en raadsheren Trotman en Kuiper.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot vijf jaren en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.