Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1515

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2025
Publicatiedatum
8 oktober 2025
Zaaknummer
23/04982
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 46 SrArt. 282.1 SrArt. 282a.1 SrArt. 317.1 SrArt. 303.1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen zware mishandeling en criminele organisatie

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 december 2023, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, gijzeling, afpersing in vereniging, zware mishandeling met voorbedachte raad, deelneming aan een criminele organisatie en het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie.

Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte, vertegenwoordigd door advocaten N. van Schaik en H. Brentjes. De advocaat-generaal P.M. Frielink concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder inhoudelijke motivering, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens werd een verzoek tot aanhouding van het onderzoek om de detentiegeschiktheid van verdachte te onderzoeken afgewezen.

Het arrest is gewezen door vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, en uitgesproken op 14 oktober 2025 tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van zware strafbare feiten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04982
Datum14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 20 december 2023, nummer 23-001663-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 oktober 2025.