Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2025:1496

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
25/00252
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 285 lid 1 SrArt. 285 lid 5 SrArt. 26 lid 1 WWMArt. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie niet-ontvankelijk verklaard in zaak poging tot doodslag en wapengebruik

In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, bedreiging van politieagenten en het bezit van verboden wapens, waaronder vuurwapens en een zelfgemaakt explosief wapen. Deze feiten vonden plaats in 2022 in Nijmegen, waarbij de verdachte tijdens een gesprek met zijn behandelaren een vuurwapen toonde en afvuurde, en later zijn wapens gebruikte tegen de politie.

De zaak werd behandeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 13 januari 2025 een arrest uitbracht. De verdachte stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, vertegenwoordigd door zijn advocaat P. Scholte.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconstateerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Zonder een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal en zonder verdere motivering heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand en is de opgelegde maatregel, waaronder TBS met voorwaarden, bevestigd. Het arrest werd uitgesproken op 7 oktober 2025 door de vice-president M.J. Borgers en raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het gerechtshof in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer25/00252
Datum7 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 januari 2025, nummer 21-002110-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. Scholte een schriftuur ingediend.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 oktober 2025.