Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
7 oktober 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, bedreiging van politieagenten en het bezit van verboden wapens, waaronder vuurwapens en een zelfgemaakt explosief wapen. Deze feiten vonden plaats in 2022 in Nijmegen, waarbij de verdachte tijdens een gesprek met zijn behandelaren een vuurwapen toonde en afvuurde, en later zijn wapens gebruikte tegen de politie.
De zaak werd behandeld door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 13 januari 2025 een arrest uitbracht. De verdachte stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, vertegenwoordigd door zijn advocaat P. Scholte.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geconstateerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Zonder een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal en zonder verdere motivering heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand en is de opgelegde maatregel, waaronder TBS met voorwaarden, bevestigd. Het arrest werd uitgesproken op 7 oktober 2025 door de vice-president M.J. Borgers en raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het gerechtshof in stand blijft.