ECLI:NL:HR:2025:1485

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
3 oktober 2025
Zaaknummer
24/02820
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake naheffingsaanslag BPM

Belanghebbende heeft tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hoger beroep ingesteld inzake een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) en de daarbij gegeven beschikking over belastingrente. Vervolgens is tegen het arrest van het hof cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep inhoudelijk beoordeeld en gelet op het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom heeft de Hoge Raad op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/02820
Datum3 oktober 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door S.M. Bothof,
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P] ,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 juni 2024, nr. BK-ARN 22/1867 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 20/6740) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025.