ECLI:NL:HR:2025:144
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in geschil over vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 februari 2023, waarin het hof het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De zaak betrof een beschikking op grond van artikel 20b, lid 1, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
De Staatssecretaris van Financiën trad op als verweerder en diende een verweerschrift in. Belanghebbende diende een conclusie van repliek in. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveerde zijn oordeel niet, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest werd op 31 januari 2025 in het openbaar gewezen door de raadsheren Faase (voorzitter), Cools en Peters, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Cichowski.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt het hofarrest.