Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
26 augustus 2025.
Hoge Raad
In deze cassatieprocedure heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor valsheid in geschrift en poging tot oplichting. De verdediging trok één van de cassatiemiddelen in, waarna de advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend met betrekking tot de strafoplegging.
De Hoge Raad heeft de klachten over het oordeel van het hof over opzet en oogmerk beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat het cassatieberoep langer dan twee jaar in behandeling was, is de redelijke termijn overschreden zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren naar 135 uren, met een subsidiaire hechtenis van 67 dagen in plaats van 75 dagen. Het overige beroep is door de Hoge Raad verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft voor het overige.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd naar 135 uren, subsidiair 67 dagen hechtenis, vanwege overschrijding van de redelijke termijn.