ECLI:NL:HR:2025:1203

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 augustus 2025
Publicatiedatum
18 augustus 2025
Zaaknummer
23/00330
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 lid 2 SrArt. 326 lid 1 SrArt. 81 lid 1 ROArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak valsheid in geschrift en poging tot oplichting

In deze cassatieprocedure heeft de verdachte beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor valsheid in geschrift en poging tot oplichting. De verdediging trok één van de cassatiemiddelen in, waarna de advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend met betrekking tot de strafoplegging.

De Hoge Raad heeft de klachten over het oordeel van het hof over opzet en oogmerk beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat het cassatieberoep langer dan twee jaar in behandeling was, is de redelijke termijn overschreden zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.

Dit leidde tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren naar 135 uren, met een subsidiaire hechtenis van 67 dagen in plaats van 75 dagen. Het overige beroep is door de Hoge Raad verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft voor het overige.

Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd naar 135 uren, subsidiair 67 dagen hechtenis, vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00330
Datum26 augustus 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 januari 2023, nummer 23-003953-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N. Gonzalez Bos bij schriftuur en aanvullende schriftuur twee cassatiemiddelen voorgesteld. Het eerste cassatiemiddel is bij aanvullende schriftuur ingetrokken.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar alleen wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 135 uren beloopt, subsidiair 67 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 augustus 2025.