Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 juli 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond een aanrijding tussen een bestelauto en een fietsster centraal, waarbij de fietsster ernstig letsel opliep. De zorgverzekeraar Menzis had de medische kosten vergoed en was gesubrogeerd in de rechten van de benadeelde. De bestuurder van de bestelauto was verzekerd bij Achmea. De benadeelde had voor 75% bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval.
De rechtbank had de aansprakelijkheid van de bestuurder vastgesteld op 50%, waarna het hof dit bevestigde en oordeelde dat Achmea de schade die de bestuurder aansprakelijk was, aan Menzis moest vergoeden. Het hof maakte een onderscheid tussen de 50%-regel die geldt voor de verhouding tussen slachtoffer en aansprakelijke en de subrogatiepositie van de verzekeraar, waarbij een eigen, beperkte billijkheidscorrectie geldt.
De Hoge Raad oordeelde dat de 50%-regel en de 100%-regel niet gelden voor regresvorderingen van verzekeraars. Bij subrogatie moet de billijkheid worden beoordeeld volgens art. 6:101 lid 1 BW Pro, waarbij de verzekeraar een eigen positie heeft en doorgaans slechts een beperkte bijstelling van het schadevergoedingspercentage kan worden toegewezen. De klachten van Menzis werden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
De Hoge Raad veroordeelde Menzis in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat een subrogatiepositie niet automatisch leidt tot het recht op hetzelfde schadevergoedingspercentage als het slachtoffer, ook niet wanneer het slachtoffer meer dan 50% vergoeding ontvangt door een billijkheidscorrectie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Menzis wordt verworpen en de aansprakelijkheid wordt beperkt tot 50% met een eigen beperkte billijkheidscorrectie voor de verzekeraar.