ECLI:NL:HR:2025:1095

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juli 2025
Publicatiedatum
3 juli 2025
Zaaknummer
24/02241
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep over verplichte deelname pensioenregeling Metaal en Techniek

De Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) en de MT-fondsen hebben cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de uitleg van het verplichtstellingsbesluit omtrent verplichte deelname aan pensioen- en CAO-regelingen in de bedrijfstak Metaal en Techniek centraal stond.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in de feitelijke instanties naar eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en het arrest van het hof. Na beoordeling van de klachten over het hofarrest concludeert de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt PMT en de MT-fondsen tot betaling van de proceskosten aan de zijde van ACS Audiovisual Solutions B.V., waaronder verschotten en salaris advocaat, vermeerderd met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.

Het arrest is gewezen door raadsheren Lock (voorzitter), ter Heide en Schaafsma en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide op 4 juli 2025.

Uitkomst: Het cassatieberoep van PMT en de MT-fondsen wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/02241
Datum4 juli 2025
ARREST
In de zaak van
1. STICHTING PENSIOENFONDS METAAL EN TECHNIEK,
gevestigd te Den Haag,
hierna: PMT,
tevens procederend voor en met volmacht van:
2. STICHTING SOCIAAL FONDS METAAL EN TECHNIEK,
gevestigd te Den Haag,
3. N.V. SCHADEVERZEKERING METAAL EN TECHNISCHE BEDRIJFSTAKKEN,
gevestigd te Den Haag,
4. STICHTING WIJ TECHNIEK,
gevestigd te Den Haag,
5. STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR HET METAALBEWERKINGSBEDRIJF,
gevestigd te Den Haag,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna: de MT-fondsen,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
ACS AUDIOVISUAL SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ACS,
advocaat: J.H.M. van Swaaij.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 4804255/16-3744 van de rechtbank Den Haag van 12 juli 2016 en 8 augustus 2017;
b. het arrest in de zaak 200.232.144/04 van het gerechtshof Den Haag van 12 maart 2024.
PMT en de MT-fondsen hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ACS heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor ACS mede door Th.F. de Jong.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van PMT en de MT-fondsen heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad heeft deze reactie terzijde gelegd, nu deze niet is beperkt tot een beknopte reactie op de conclusie en de omvang ervan niet wordt gerechtvaardigd door nieuwe elementen in de conclusie.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt PMT en de MT-fondsen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ACS begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien PMT en de MT-fondsen deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
4 juli 2025.