ECLI:NL:HR:2025:107

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
21 januari 2025
Zaaknummer
23/04209
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 307 lid 1 SrArt. 359 lid 2 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak dodelijk arbeidsongeval betonpompwagen

In deze zaak stond een dodelijk arbeidsongeval met een betonpompwagen centraal waarbij het slachtoffer om het leven kwam doordat een steunvoet van de betonpompwagen wegzakte en de distributiemast op het slachtoffer viel. De verdachte, een rechtspersoon, werd vervolgd voor dood door schuld op grond van artikel 307 lid 1 Sr Pro.

De verdediging voerde meerdere cassatiemiddelen aan, waaronder klachten over het gebruik van de “tabel van Schwing” en theoretische modellen voor het bewijs, het ontbreken van navraag over het draagvermogen van de ondergrond, en het ontbreken van schuld wegens onvoorzienbaarheid van de gevolgen. Tevens werd betwist of de causaliteit tussen de gedragingen van de verdachte en het ongeval voldoende was vastgesteld.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon voor het dodelijk arbeidsongeval.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van de rechtspersoon voor dood door schuld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04209 E
Datum4 februari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, economische kamer, van 25 oktober 2023, nummer 21-001703-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.W. Noorduyn, advocaat in 's‑Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 februari 2025.