Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
7 januari 2025.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor gewoontewitwassen van geldbedragen ter hoogte van € 32.636, meermalen gepleegde mensenhandel en gewoonte maken van mensensmokkel in een wasserij. Het cassatieberoep richtte zich op meerdere klachten, waaronder de bewijsmotivering van gewoontewitwassen, het ontbreken van een reële andere keuze voor slachtoffers om elders te overnachten dan in de wasserij, de kwalificatie van mensenhandel als gepleegd door meerdere verenigde personen en de bewijskracht omtrent de gewoonte van mensensmokkel.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel van het hof nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest werd uitgesproken op 7 januari 2025 door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.