Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2024:994

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juli 2024
Publicatiedatum
28 juni 2024
Zaaknummer
23/00437
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 302.2 SrArt. 413.1 SvArt. 265.3 SvArt. 36e.2.b Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste verstekverlening in hoger beroep poging zware mishandeling

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over poging tot zware mishandeling. De verdachte was niet verschenen op de terechtzitting in hoger beroep, waarop het hof verstek verleende en de zaak behandelde.

De Hoge Raad constateert dat de dagvaarding om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep niet tijdig was betekend; de termijn van tien dagen zoals voorgeschreven in artikel 413 lid 1 Sv Pro was niet in acht genomen. Tevens ontbreekt toestemming van de verdachte voor verkorting van deze termijn. Hierdoor had het hof het onderzoek op de terechtzitting moeten schorsen op grond van artikel 413 jo Pro. 265 lid 3 Sv.

Het hof heeft het onderzoek echter voortgezet ondanks het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte. Dit leidt tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.

De advocaat-generaal had eveneens geconcludeerd tot vernietiging en terugwijzing. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep toe en stelt het belang van correcte procedurele waarborgen bij verstekverlening in hoger beroep centraal.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onjuiste verstekverlening.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00437
Datum2 juli 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 november 2022, nummer 21-001684-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.M. Kuyp en J.L. Baar, beiden advocaat in Laren NH, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
2.2
Aan de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 14 november 2022 is een akte van uitreiking gehecht. Volgens deze akte is die dagvaarding op 4 november 2022 uitgereikt op de wijze zoals is voorgeschreven in artikel 36e lid 2, onder b, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). De termijn van tien dagen die in artikel 413 lid Pro 1, eerste volzin, Sv is voorgeschreven, is dus niet in acht genomen.
2.3
De stukken houden niets in waaruit kan volgen dat de verkorting van die termijn heeft plaatsgevonden met toestemming van de verdachte. Volgens het proces-verbaal van de terechtzitting is de verdachte daar niet verschenen. Daarom had het hof het onderzoek op de terechtzitting op grond van artikel 413 in Pro samenhang met artikel 265 lid 3 Sv Pro moeten schorsen. Het hof heeft het onderzoek op de terechtzitting echter voortgezet nadat tegen de niet-verschenen verdachte verstek was verleend. Het cassatiemiddel slaagt daarom.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 juli 2024.