ECLI:NL:HR:2024:910
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 mei 2022, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2014 werd behandeld.
De Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid hebben verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Vanwege het ontbreken van vragen die relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 21 juni 2024 in het openbaar gewezen door raadsheren Faase, Cools en Peters.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.