Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 1:176 BW (oud)
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt geen verzoening bij scheiding van tafel en bed
In deze zaak stond centraal of er sprake was van verzoening tussen partijen die gescheiden waren van tafel en bed, zoals bedoeld in artikel 1:176 vanPro het oude Burgerlijk Wetboek. De feiten en eerdere uitspraken van rechtbank en gerechtshof werden door de Hoge Raad overgenomen zonder nadere motivering.
Eisers stelden dat verzoening had plaatsgevonden, wat gevolgen zou hebben voor de rechtspositie van partijen. Het hof oordeelde echter dat de klachten van eisers onvoldoende waren om het arrest te vernietigen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees het cassatieberoep af. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De kosten van het geding werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/02457
Datum14 juni 2024
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [de moeder],
wonende te [woonplaats], Suriname,
EISERS tot cassatie,
hierna: [eiser 1] en [de moeder],
advocaat: A.C. de Bakker,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerder 1] en [verweerder 2],
advocaat: M.A.J.G. Janssen.
1.Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/587854 / HA ZA 20-130 van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2021;
b. het arrest in de zaak 200.298.856/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 maart 2023.
[eiser 1] en [de moeder] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder 1] en [verweerder 2] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder 1] en [verweerder 2] mede door K.G.A.C. Scheper. De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van [eiser 1] en [de moeder] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 14 juni 2024.