Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
11 juni 2024.
Hoge Raad
De verdachte is door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meermalig seksueel misbruik van zijn drie minderjarige dochters, gepleegd tussen februari 2012 en maart 2013. Het hof legde een gevangenisstraf van negen jaren op, alsmede vrijheidsbeperkende en gedragsbeïnvloedende maatregelen. De verdediging voerde aan dat de verdachte vanwege een licht verstandelijke beperking de feiten slechts in verminderde mate toerekenbaar waren, maar het hof rekende de feiten volledig aan hem toe. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel niet onjuist is en voldoende gemotiveerd.
De Hoge Raad stelt ambtshalve vast dat het hof een vrijheidsbeperkende maatregel van vijf jaren heeft opgelegd over een periode waarin de toen geldende maximale duur twee jaren bedroeg. De Raad vermindert deze maatregel tot twee jaren. Tevens wordt vastgesteld dat de duur van gijzeling bij de schadevergoedingsmaatregelen het wettelijk maximum van één jaar overschrijdt. De Hoge Raad bepaalt dat gijzeling van 120 dagen per slachtoffer kan worden toegepast, zodat de totale gijzeling binnen het wettelijke maximum blijft.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure is overschreden, maar zonder dat dit tot een ander rechtsgevolg leidt. Het beroep van de verdachte wordt voor het overige verworpen. De uitspraak bevestigt de ernst van de feiten en benadrukt het belang van correcte toepassing van sanctierechtelijke regels.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de vrijheidsbeperkende maatregel tot twee jaren en stelt de gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen vast op maximaal één jaar, terwijl de gevangenisstraf van negen jaren gehandhaafd blijft.