ECLI:NL:HR:2024:832
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 februari 2024. Het beroepschrift bevatte echter niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 12 februari 2024 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze brief is aangetekend verzonden en afgeleverd op het opgegeven adres. Belanghebbende heeft weliswaar op 26 maart 2024 een brief ingediend, maar deze was na de gestelde termijn en is daarom buiten beschouwing gelaten.
De Hoge Raad heeft op grond van artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast is geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 7 juni 2024 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden binnen de gestelde termijn.