ECLI:NL:HR:2024:83
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over aanslagen 2015 en 2016
De zaak betreft een cassatieberoep van de erven van belanghebbende tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep tegen belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2015 en 2016 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en heeft daarbij ook het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Gelet op de aard van de klachten en de inhoud van het dossier is het oordeel dat het beroep in cassatie duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakt de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten aan de zijde van de Staatssecretaris van Financiën toe te wijzen.
Het arrest is uitgesproken op 26 januari 2024 door de vice-president van de Hoge Raad, voorzitter J.A.R. van Eijsden, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.