ECLI:NL:HR:2024:826
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond inzake aanslagen inkomstenbelasting 2016 en 2017
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 september 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2016 en 2017 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Het arrest is op 7 juni 2024 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd.