Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
4 juni 2024.
Hoge Raad
In deze zaak stond verdachte terecht voor doodslag, gepleegd in 2018 in Eindhoven, waarbij hij op klaarlichte dag in een woonwijk vijf kogels op het hoofd van een bestuurder van een auto afvuurde. De zaak werd behandeld door het gerechtshof 's-Hertogenbosch, dat op 7 juni 2023 een arrest uitbracht.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Namens hem diende advocaat J.J.J. van Rijsbergen een schriftuur in. De procureur-generaal kreeg gelegenheid tot advies. De Hoge Raad beoordeelde het beroep en kwam tot het oordeel dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie maakte de Hoge Raad gebruik van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest is op 4 juni 2024 gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren C.N. Dalebout en T.B. Trotman.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.