Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
28 mei 2024.
Hoge Raad
De aanvrager werd door de rechtbank Alkmaar veroordeeld voor medeplegen van ontucht met een minderjarige, medeplegen van vervaardiging van kinderporno en diefstal met gebruik van valse sleutels. De straf bestond uit een taakstraf van zestig uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.
De aanvrager verzocht om herziening van dit vonnis. Eerder had de Hoge Raad een aanvraag tot herziening van hetzelfde vonnis niet-ontvankelijk verklaard omdat de aangevoerde gronden onvoldoende waren.
In deze zaak steunt de huidige aanvraag op dezelfde gronden als de eerdere, die door de Hoge Raad als ontoereikend zijn beoordeeld. Daarom neemt de Hoge Raad de aanvraag niet in behandeling en verklaart deze niet-ontvankelijk.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 28 mei 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontoereikende gronden.