ECLI:NL:HR:2024:758

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 mei 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
23/00205
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 260 WvSr NAArt. 295 WvSr NAArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2:239 SrStMArt. 2:249 SrStM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen vrouwen- en mensenhandel Sint Maarten

De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte die wordt verdacht van medeplegen van vrouwen- en mensenhandel, medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, medeplegen van mensensmokkel en medeplegen van illegale tewerkstelling van werknemers in bordelen op Sint Maarten. De feiten zijn behandeld door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, dat op 15 december 2022 een vonnis heeft gewezen.

De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen dit vonnis. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de ingebrachte cassatiemiddelen beoordeeld, waaronder klachten over het bewijs en de toepassing van het recht, maar heeft geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofvonnis.

De Hoge Raad heeft geen uitgebreide motivering gegeven omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het arrest is uitgesproken op 28 mei 2024 door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van vrouwen- en mensenhandel en aanverwante strafbare feiten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/00205 C
Datum28 mei 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 15 december 2022, nummer H 109/2019, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 mei 2024.