ECLI:NL:HR:2024:755

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 mei 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
23/03391
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 1:253a lid 1 BWWet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake bevel tot terugverhuizing moeder en kind

In deze zaak heeft de vader cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam betreffende een bevel tot terugverhuizing van de moeder en het kind. De moeder woont in Portugal en was verweerster in cassatie. De Raad voor de Kinderbescherming was niet verschenen in de procedure.

De Hoge Raad heeft de klachten van de vader over het hofbesluit beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot vernietiging kunnen leiden. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De advocaat-generaal had geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen, waarop de advocaat van de vader schriftelijk had gereageerd. Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en de beschikking van het hof in stand gelaten.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofbesluit over de terugverhuizing van moeder en kind.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/03391
Datum24 mei 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de vader,
advocaat: K. Aantjes,
tegen
[de moeder],
wonende te [woonplaats], Portugal,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de moeder,
advocaat: C.G.A. van Stratum.
In de procedure is gekend:
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING HAARLEM,
gevestigd te Haarlem,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/15/314525 / FA RK 21-1479 van de rechtbank Noord-Holland van 9 december 2021 (hersteld bij beschikking van 28 december 2021), 17 juni 2022 en 28 september 2022;
b. de beschikking in de zaak 200.320.591/01 van het gerechtshof Amsterdam van 20 juni 2023.
De vader heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, C.H. Sieburgh en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
24 mei 2024.