ECLI:NL:HR:2024:720
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereiste van artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb, omdat de gronden van het beroep ontbraken.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 19 december 2023 via het digitale dossier en e-mail in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn eindigde op 30 januari 2024, maar belanghebbende heeft het verzuim niet hersteld.
Op grond van artikel 6:6 Awb Pro verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd. Het arrest is op 17 mei 2024 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden van het beroep.