Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
17 mei 2024.
Hoge Raad
Verzoekers hebben cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 januari 2024, waarin de verlenging van de looptijd van hun schuldsaneringsregeling (Wsnp) werd bevestigd. Deze verlenging was gebaseerd op het tekortschieten van verzoekers in de nakoming van hun uit de regeling voortvloeiende verplichtingen, waaronder onvoldoende inspanning om de overwaarde van hun woning in de boedel te laten vloeien.
De bewindvoerder, als belanghebbende in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen. De Hoge Raad heeft de klachten van verzoekers beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht opleveren, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.