Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
14 mei 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake de weigering van bloedonderzoek en de rechtmatigheid van het plaatsen van een peilbaken onder de auto van de verdachte voorafgaand aan zijn staandehouding.
De verdediging voerde aan dat het plaatsen van het peilbaken een stelselmatige observatie betrof waarvoor een bevel ex art. 126g Sv vereist was, en dat het ontbreken daarvan een vormverzuim opleverde. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en hoefde dit niet nader te motiveren vanwege art. 81 lid 1 RO Pro.
Daarnaast werd geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden doordat stukken te laat werden ingezonden. Gezien de opgelegde geldboete van € 500 achtte de Hoge Raad dit echter niet aanleiding voor een ander rechtsgevolg. Het beroep werd uiteindelijk verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn; opgelegde geldboete blijft gehandhaafd.