ECLI:NL:HR:2024:630

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2024
Publicatiedatum
18 april 2024
Zaaknummer
23/00080
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing schadevergoedingsvorderingen wegens onaanvaardbaar beroep op nakoming overeenkomst

In deze zaak stond centraal de vraag of de schadevergoedingsvorderingen van eiseres, gebaseerd op gederfde commissaris- en franchisevergoeding, toewijsbaar waren. Eiseres had zich beroepen op nakoming van een overeenkomst, maar dit beroep werd door het hof afgewezen omdat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar werd geacht.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest van 16 november 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2112), en bevestigt het oordeel van het hof zonder nadere motivering. De klachten van eiseres tegen het oordeel van het hof leiden niet tot vernietiging van de arresten.

Het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van verweerster behoeft geen behandeling omdat het principale beroep is verworpen. De Hoge Raad veroordeelt eiseres tot betaling van de proceskosten aan de zijde van verweerster.

Deze uitspraak bevestigt de strenge toetsing aan het beroep op nakoming van overeenkomsten in het kader van schadevergoeding en benadrukt het belang van redelijkheid en billijkheid bij dergelijke vorderingen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/00080
Datum19 april 2024
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiseres],
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
EURETCO B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Euretco,
advocaat: P.A. Fruytier.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 17/03152 (ECLI:NL:HR:2018:2112) van 16 november 2018;
b. de arresten in de zaak 200.254.602 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2020, 18 mei 2021 en 11 oktober 2022.
[eiseres] heeft tegen de arresten van het hof van 18 mei 2021 en 11 oktober 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Euretco heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Euretco mede door G.J. Standhardt.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de arresten van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Euretco begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren A.E.B. ter Heide en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
19 april 2024.