ECLI:NL:HR:2024:577
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingnavorderingen
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014 en 2015, alsmede de aanslag over 2016, had afgewezen.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft voorts geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand en zijn de belastingaanslagen definitief bevestigd.
Het arrest is op 12 april 2024 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, zittende in de samenstelling met vice-president Van Eijsden als voorzitter en raadsheren Feteris en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.