ECLI:NL:HR:2024:532

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
23/03083
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 augustus 2023. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende op 3 oktober 2023 per aangetekende brief op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Deze brief kon niet worden bezorgd en werd na adresverificatie alsnog per gewone brief verzonden.

Ondanks deze aanmaningen werd het griffierecht niet voldaan. Op 7 november 2023 kreeg belanghebbende via het digitale dossier de gelegenheid om een verklaring te geven voor het niet betalen, maar de ingediende brief van 28 november 2023 bood geen gegronde reden om het verzuim op te heffen.

Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende in de proceskosten te veroordelen. Het arrest werd op 5 april 2024 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/03083
Datum5 april 2024
ARREST
op het door [X] (hierna: belanghebbende) ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 augustus 2023, nrs. 21/1527 WAO, 21/1528 BESLU en 21/1529 BESLU [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 3 oktober 2023 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad, waarna adresverificatie heeft plaatsgevonden en het stuk bij gewone brief is verzonden naar het adres van belanghebbende. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft op 7 november 2023 een bericht in het digitaal dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Hetgeen belanghebbende in haar via het webportaal van de Hoge Raad ingediende brief van 28 november 2023 aanvoert, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest. Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2024.