ECLI:NL:HR:2024:523

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 april 2024
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
22/04164
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 12 PensioenwetArt. 20 Pensioenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie over pensioenindexering en betalingsvoorbehoud

De zaak betreft een geschil over de pensioenregeling waarbij Stichting IJcomplex Jaap Eden (eiseres) stelt dat de werkgever gehouden is tot onverkorte nakoming van de indexeringsregeling. De verweerders betwisten dit, mede aan de orde zijnde het betalingsvoorbehoud zoals neergelegd in artikel 12 en Pro artikel 20 van Pro de Pensioenwet.

De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam, die op 6 april 2021 vonniste, gevolgd door een arrest van het gerechtshof Amsterdam op 9 augustus 2022. Tegen dit arrest stelde Jaap Eden beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van Jaap Eden beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Jaap Eden in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 2.555,--, vermeerderd met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Amsterdam.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04164
Datum5 april 2024
ARREST
In de zaak van
STICHTING IJSCOMPLEX JAAP EDEN,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Jaap Eden,
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats], Spanje,
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5], in haar hoedanigheid van erfgenaam van [erflater],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaten: I.L.N. Timp en S.F. Sagel.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 8786174 CV EXPL 20-17460 van de rechtbank Amsterdam van 6 april 2021;
b. het arrest in de zaak 200.294.060/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 augustus 2022.
Jaap Eden heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Jaap Eden heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Jaap Eden in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Jaap Eden deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
5 april 2024.