Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de schriftuur
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
2 april 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor deelname als leider aan een criminele organisatie gericht op bedrijfsmatige internationale hennepteelt en hennephandel, medeplegen van verkopen en vervoer van hennep.
De raadsman van verdachte stelde in cassatie uitsluitend een onvolkomenheid bij de beëdiging van één of meer raadsheren aan de orde, hetgeen volgens de Hoge Raad geen bespreking behoeft vanwege eerdere jurisprudentie (HR 2022:1438).
Ambtshalve constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met drie jaren.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en beperkte de gevangenisstraf tot twee jaar en elf maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee het overige oordeel van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot twee jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.