Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
26 maart 2024.
Hoge Raad
In deze zaak werd verdachte in hoger beroep veroordeeld voor doodslag op zijn vriendin in 2020 te Eerbeek. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bevestigde de veroordeling. Verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad, vertegenwoordigd door advocaten uit Rotterdam.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven advies uit te brengen. Vervolgens oordeelde de Hoge Raad dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de griffier. Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof ongewijzigd en is het cassatieberoep definitief afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.