ECLI:NL:HR:2024:433
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting 2014
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over de aanslag vennootschapsbelasting, een boetebeschikking en een beschikking inzake belastingrente voor het jaar 2014. Na uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland en hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten tegen het arrest van het Hof niet leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is op 15 maart 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.