ECLI:NL:HR:2024:432
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over naheffingsaanslagen omzetbelasting en bijbehorende boetebeschikkingen en belastingrente over meerdere periodes van december 2013 tot en met januari 2016. Na een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland en hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.