ECLI:NL:HR:2024:424
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in geschil over schadevergoeding UWV-besluit
Belanghebbende heeft in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep een geschil over een besluit van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) betreffende de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) aanhangig gemaakt. De Centrale Raad van Beroep heeft op 16 november 2023 uitspraak gedaan in deze zaak.
Belanghebbende heeft vervolgens beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak. De Hoge Raad heeft onderzocht of het beroep in cassatie ontvankelijk is, gelet op de wettelijke bepalingen omtrent cassatie tegen uitspraken van bestuursrechters.
Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie is cassatie tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep slechts mogelijk indien de wet dit uitdrukkelijk toestaat. In deze zaak betreft het een geschil over een verzoek tot vergoeding van schade, waarvoor geen wettelijke cassatiemogelijkheid bestaat.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbende toe te kennen. Het arrest is op 15 maart 2024 in het openbaar gewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke cassatiemogelijkheid.