ECLI:NL:HR:2024:39

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 januari 2024
Publicatiedatum
16 januari 2024
Zaaknummer
21/04760
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.2.a WVW 1994Art. 5.2 Wet ROArt. 6.2 Wet ROArt. 81 lid 1 Wet ROArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak rijden onder invloed met overschrijding redelijke termijn

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake rijden onder invloed, waarbij de verdachte werd veroordeeld tot een geldboete en een voorwaardelijke hechtenis.

De Hoge Raad heeft het beroep van de verdachte beoordeeld en geconcludeerd dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De motivering van dit oordeel is niet gegeven omdat het niet noodzakelijk is voor de rechtsontwikkeling.

Daarnaast heeft de Hoge Raad ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, conform artikel 6 EVRM Pro. Gezien de opgelegde straf van een geldboete en voorwaardelijke hechtenis acht de Hoge Raad dit echter niet aanleiding voor een ander rechtsgevolg.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof gehandhaafd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest gehandhaafd ondanks overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04760
Datum16 januari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 november 2021, nummer 20-000576-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.E.J. Torny, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geldboete van € 1.000, subsidiair 20 dagen hechtenis, waarvan € 400, subsidiair 8 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 januari 2024.