Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
12 maart 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag over mensensmokkel waarbij 25 personen in een koeltrailer werden vervoerd naar Engeland. De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken, maar het hof sprak hem schuldig uit. De verdediging voerde aan dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de personen in de koeltrailer.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel tegen de bewezenverklaring niet tot cassatie leidt, omdat het hof voldoende gemotiveerd heeft dat de verdachte wel degelijk wetenschap had van de aanwezigheid van de personen. Dit oordeel is in lijn met artikel 359 lid 2 Sv Pro en de conclusie van de advocaat-generaal.
Daarnaast stelt de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van tien jaren naar negen jaren en tien maanden.
Het beroep wordt voor het overige verworpen en het arrest van het hof wordt vernietigd uitsluitend voor wat betreft de strafduur. De uitspraak is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren van Strien en Posthumus op 12 maart 2024.
Uitkomst: Gevangenisstraf verminderd tot negen jaren en tien maanden wegens overschrijding redelijke termijn; bewezenverklaring omtrent wetenschap verdachte bevestigd.