Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
23 januari 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 januari 2023, waarin de verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag en beschadiging van inboedel. De feiten betreffen een incident in 2018 in Eindhoven waarbij de verdachte, gewapend met een kapmes, naar de woning van een ander ging en daar met het mes op die ander in stak.
De verdachte stelde cassatieberoep in, vertegenwoordigd door advocaten uit Rotterdam. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. Omdat er geen schriftelijk standpunt van de procureur-generaal is ingediend, heeft de Hoge Raad op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie besloten het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Het arrest is op 23 januari 2024 gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en de raadsheren Van Strien en Trotman. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand en wordt het cassatieberoep van de verdachte afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het hof in stand blijft.