ECLI:NL:HR:2024:297

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 maart 2024
Publicatiedatum
29 februari 2024
Zaaknummer
23/00667
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake onrechtmatige daad reparateur tractor

In deze zaak stond een geschil centraal over de onrechtmatige daad van een reparateur van een stilgevallen tractor jegens een derde partij. Eiseres, een Duitse onderneming, had cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, waarin haar vordering was afgewezen.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij is overwogen dat het niet nodig was om de klachten nader te motiveren omdat deze geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatten, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiseres veroordeeld in de proceskosten van Nationale Nederlanden, de tegenpartij en rechtsopvolgster van de reparateur. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van lagere instanties en sluit het geschil af in het nadeel van eiseres.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/00667
Datum1 maart 2024
ARREST
In de zaak van
[eiseres] GMBH,
gevestigd te [vestigingsplaats], Duitsland,
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V., als rechtsopvolgster van VIVAT SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Nationale Nederlanden,
advocaten: G.C. Nieuwland en P.J. Tanja.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties na HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:346, verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/19/90093 / HA ZA 11-663 van de rechtbank Noord-Nederland van 4 oktober 2017;
b. de arresten in de zaken 200.241.879/01 en 200.241.879/02 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 mei 2019, 13 april 2021, 11 januari 2022 en 22 november 2022.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 22 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Nationale Nederlanden heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Nationale Nederlanden begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
1 maart 2024.