ECLI:NL:HR:2024:243

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 februari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
23/02247
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak over aanslagen inkomstenbelasting

Belanghebbende heeft in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bezwaar gemaakt tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014, 2015 en 2016, alsmede de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente. Het hof heeft uitspraak gedaan op 25 april 2023, waarna belanghebbende beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en gelet op de inhoudelijke klachten geconcludeerd dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.

Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is op 16 februari 2024 in het openbaar gewezen door de Hoge Raad, waarbij de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk betrokken waren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/02247
Datum16 februari 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door R. Zilver,
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
vertegenwoordigd door [P],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 april 2023, nrs. BK-ARN 22/00508 tot en met 22/00510 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 21/364 tot en met 21/366) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2014, 2015 en 2016 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2024.