ECLI:NL:HR:2024:219
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing Hoge Raad over wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad en president
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen leden van de Hoge Raad die betrokken waren bij een cassatieprocedure. Het verzoek richtte zich specifiek op raadsheer J. Wortel en later ook op de wrakingskamer en de president van de Hoge Raad, G. de Groot.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek en concludeerde dat het wrakingsverzoek onvoldoende gemotiveerd was, omdat er geen feiten of omstandigheden werden aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid konden rechtvaardigen. Daarnaast bevatte het verzoek tegen de president van de Hoge Raad beschuldigingen die de Hoge Raad als evident misbruik van het wrakingsmiddel bestempelde.
Daarom werd het wrakingsverzoek buiten behandeling gelaten. Tevens bepaalde de Hoge Raad dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze procedure niet in behandeling zullen worden genomen, mede vanwege de inhoud en het aantal eerdere verzoeken.
De beslissing werd genomen door de vierde kamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vicepresident M.J. Kroeze, en in aanwezigheid van raadsheren A.E.M. Röttgering en G.C. Makkink, en werd op 9 februari 2024 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen leden Hoge Raad en president buiten behandeling gelaten wegens gebrek aan motivering en misbruik van procesrecht; toekomstige verzoeken worden niet in behandeling genomen.