ECLI:NL:HR:2024:196
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Hof Amsterdam inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting 2015-2016
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 9 maart 2023, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2015 en 2016 heeft behandeld. De Staatssecretaris van Financiën trad op als verweerder.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Hof Amsterdam ongewijzigd van kracht, waarmee de navorderingsaanslagen en de daarbij behorende beschikkingen inzake belastingrente definitief zijn bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Amsterdam wordt bekrachtigd.