ECLI:NL:HR:2024:1869

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 december 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
23/03555
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 Sr (oud)Art. 300 lid 1 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 359 lid 2 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
9 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in jeugdzaak medeplegen verkrachting en mishandeling

In deze jeugdzaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van verkrachting en mishandeling. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte op 31 augustus 2023 veroordeeld. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de bewijskracht van de verklaringen van de aangeefster en de vraag of het bewijsminimum was gehaald, mede gelet op het vereiste van art. 342 lid 2 Sv Pro (unus testis-regel).

De verdediging voerde aan dat de verklaringen onvoldoende steun vonden in ander bewijs en betwistte de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat zij niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de vragen die van belang zijn voor de rechtsontwikkeling of eenheid.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof gehandhaafd. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Van Strien en Caminada, en uitgesproken op 17 december 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03555 J
Datum17 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 augustus 2023, nummer 23-001059-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.T.C. Dölle, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 december 2024.