ECLI:NL:HR:2024:1865

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 december 2024
Publicatiedatum
12 december 2024
Zaaknummer
24/00655
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in familierechtelijke echtscheidingszaak over bewijs Soedanese huwelijk

In deze zaak staat centraal of partijen in Soedan, volgens het Eritrese recht, zijn getrouwd. Het hof had na ontvangst van een deskundigenbericht geoordeeld dat niet vaststond dat er een huwelijk was gesloten. De vrouw stelde dat het hof ten onrechte de bewijsopdracht had beperkt en stukken buiten beschouwing had gelaten, wat strijdig zou zijn met de tweeconclusieregel en de bewijsregels.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de vrouw beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikkingen van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee het oordeel van het hof bekrachtigd. Dit betekent dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het huwelijk niet vaststaat en dat het bewijsrechtelijk handelen van het hof niet onrechtmatig was.

De procedure kende meerdere eerdere beschikkingen van de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam, waarop de Hoge Raad zich heeft gebaseerd. De advocaat-generaal had geadviseerd het cassatieberoep te verwerpen, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd.

De uitspraak is gedaan door de vicepresident en raadsheren van de civiele kamer en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het huwelijk niet is komen vast te staan.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer24/00655
Datum13 december 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
hierna: de vrouw,
advocaat: Y.E.J. Geradts,
tegen
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de man,
advocaat: M.E. Bruning.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/13/658771 / FA RK 18-7947 van de rechtbank Amsterdam van 26 juni 2019;
b. de beschikkingen in de zaken 200.266.598/01 en 200.266.598/02 van het gerechtshof Amsterdam van 7 april 2020, 30 november 2021,18 januari 2022 en 19 december 2023.
De vrouw heeft tegen de beschikkingen van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De man heeft een verweerschrift tot referte ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
13 december 2024.